27-02-2019

Onderwijs en zorg - waar staan we nu eigenlijk?

We luisteren naar het verhaal van een inmiddels volwassen man, die nog altijd heftige problemen heeft door de jaren dat hij niet naar school kon. Ook luisteren we naar een jongen die zo getraumatiseerd is dat hij geen klaslokaal meer in kan en nu op de sportclub onderwijs krijgt. Twee voorbeelden van de vele schrijnende verhalen van leerlingen die thuis komen te zitten.

Voorafgaand aan het Algemeen Overleg (AO) over onderwijs en zorg van 21 februari kregen we ruimte om Tweede Kamerleden te informeren. Aan het woord kwamen een jongen met autisme die thuis zit, drie moeders, twee maatwerk initiatieven (Linawijs en Centrum2play) en drie organisaties (Per Saldo, Iederin en VAB).

Tijdens deze bijeenkomst met de Tweede Kamerleden is de film die Per Saldo maakte vertoond. In deze film delen ouders, jongeren, zorgverleners en belangenorganisaties hun ervaringen met onderwijs en zorg. Ze geven in eigen woorden aan waar ze tegenaan lopen, wat de gevolgen zijn en wat er nodig is om het in de toekomst wel voor elkaar te krijgen dat een kind zich kan ontwikkelen. Zie hieronder de verkorte versie van de film.

Daarnaast hebben we een stuk voorgelezen uit de brief van Tim. Hij kwam als 9-jarige thuis te zitten zonder goede ondersteuning. Door alle traumatische gebeurtenissen ziet hij het leven al lange tijd niet meer zitten. Hij vraagt structurele hulp, niet van een passant maar van iemand die blijft, die samen met hem wil zoeken naar een goede weg om verder te leven.

De aanwezige Tweede Kamerleden waren zeer onder de indruk van de verhalen. En dan is het afwachten wat in de 5 minuten spreektijd van het AO naar voren wordt gebracht…

Het AO

Het AO van donderdag 21 februari gaf niet de ultieme oplossing die zo noodzakelijk is. Wat werd er wel naar voren gebracht?

GroenLinks gaf aan dat ouders niet belast moeten worden met ingewikkelde financieringsstromen, dit moet namelijk 'aan de achterkant' geregeld worden. VVD pleitte voor één aanvraag waar zorg en onderwijs in behandeld worden, in plaats van twee aanvragen. Het CDA vroeg om meer ruimte in de regels, om echt vanuit het kind te kunnen kijken en de regels ‘poreuze randen’ te geven – zoals geadviseerd door Renee Peeters. Ook D66 vraagt nadrukkelijk om meer experimenteerruimte. En de SP vindt dat de centrale overheid moet optreden als een school of SWV een innovatief initiatief in de regio niet steunt. PvdA zoomde in op de grote regionale verschillen en kansenongelijkheid die dat met zich meebrengt. CU maakte zich zorgen over de keuzevrijheid voor zorg binnen het onderwijs als scholen met een beperkt aantal (zorg) aanbieders afspraken gaan maken.

Ook financiering kreeg aandacht, waarbij de focus lag op kinderen met een meervoudig ernstige beperking. Uiteraard is ook voor deze groep kinderen meer slagvaardigheid nodig en geen gestoei met budgetten. Maar goede financiering is belangrijk voor álle andere kinderen die met zorg en onderwijs te maken hebben. Ieder kind moet het recht krijgen zich te ontwikkelen, onderwijs te krijgen en gelijkwaardig onderdeel van onze samenleving te zijn. Dat is toch niet veel gevraagd?

Enorme impact

Wat opvalt in alle verhalen is de grote impact als je ‘vastloopt’ in het systeem. Negatieve en zelfs traumatische ervaringen stapelen zich op en hebben een enorme invloed op de gemoedstoestand, zelfbeeld en ontwikkeling van deze kinderen. Wat tot ver in de volwassenheid kan doorwerken.

Een andere rode draad is de behoefte om gezien te worden en hulp te krijgen van iemand die niet bang is om buiten de lijntjes te kleuren.

Nieuwe initiatieven

Als het systeem voldoende knelt, gaan mensen op zoek naar nieuwe oplossingen. Zo zijn mooie initiatieven ontstaan, zoals Linawijs en Centrum2play. Beide opgericht door moeders uit pure noodzaak om een plek te creëren voor hun eigen kinderen die niet ‘pasten’ in het gewone onderwijssysteem.

Helaas wordt het deze maatwerkvoorzieningen niet makkelijk gemaakt. De regels van het zorgsysteem conflicteren regelmatig met de regels van het onderwijssysteem. Ook verschillen de mogelijkheden voor maatwerkvoorzieningen erg per regio. Het is een soort loterij: het maakt uit waar je woont, wie je kent en of je nog voldoende energie hebt om voor je kind te vechten, die zelf al zo hard vecht om overeind te blijven.

En wat misschien nog wel meer wringt is de druk die op deze kinderen blijft staan. Want formeel moeten ze werken aan terugkeer naar school. Welke vooronderstelling ligt daaronder? Dat kinderen die op school zo beschadigd zijn geraakt, ‘gerepareerd’ kunnen worden in een maatwerkvoorziening en dan weer terug kunnen naar het systeem dat de ellende heeft veroorzaakt?

Wij zien onderwijs als een middel om tot leren en ontwikkelen te komen. Naar school gaan is geen doel op zich. Onderwijs kan overal plaatsvinden, zolang het past bij het kind in kwestie.

Waar staan wij voor?

  1. Uitgaan van het kind in plaats van de regels, écht maatwerk bieden waarbij de belevingswereld van het kind centraal staat.
  2. Ieder kind gelijke kansen. Hun kansen mogen niet afhangen van zeer mondige ouders of een regio waarin de swv of school toevallig goed meewerkt.
  3. Kinderen actief informeren over hun rechten, zoals geformuleerd in het implementatie van het VN Verdrag Rechten van het Kind en het VN Verdrag Rechten van mensen met een handicap.
  4. Ruimte om te leren en ontwikkelen als uitgangspunt. Leren binnen een school is geen doel op zich. Als een kind daar niet tot leren kan komen, zoek je andere oplossingen en werk je niet terug naar dat systeem dat niet werkt.
  5. Om daadwerkelijk maatwerk te bieden hebben scholen meer expertise en meer ondersteuning in de klas nodig. Tot die tijd zullen maatwerkvoorzieningen nodig blijven. Houd in stand wat werkt én leer van wat werkt door dat stapsgewijs in een school te brengen. Ga vervolgens opschalen.
  6. Vrijstelling van leerplicht afschaffen: elk kind heeft recht om te leren, op welke manier dan ook.
  7. Kennisdeling vanuit OCW en VWS over wat wél mogelijk is. Het helpt niet om te zeggen dát er veel mogelijk is zonder aan te geven wát die ruimte is.
  8. Geen enkel kind buiten boord! Geef dreigende thuiszitters iemand met doorzettingsmacht die niet loslaat totdat er een oplossing is.