Uitgangspunten pilot LLB

Als gevolg van een gefragmenteerd zorgsysteem worden mensen met autisme vaak geconfronteerd met heel veel verschillende gezichten, ondersteuningsvormen en behandelingen. Er is vrijwel altijd sprake van wachtlijsten, en een heel aantal vragen blijven onbeantwoord. De beschikbaarheid van passende ondersteuning op individueel niveau kan beter. Veel beter. Het vertrekpunt voor de aanpak binnen de pilot is daarom de leefwereld van de persoon met autisme en niet - zoals meestal het geval - het bestaande systeem. In gesprek met mensen met autisme kwamen we erachter wat ervoor nodig is om levensloopbegeleiding te bieden. Zo kwamen we op de volgende uitgangspunten. De deelnemers kiezen zelf hun levensloopbegeleider, zodat de kans op een goede klik groot is. Levensloopbegeleiders gaan vervolgens aan de slag met begeleiding, waarbij gewerkt wordt vanuit vier pijlers:

  • Ondersteuning is levensbreed
  • Ondersteuning is levensvolgend
  • De levensloopbegeleider doet wat nodig is
  • Levensloopbegeleiders vormen samen een lerend team

Toelichting vier pijlers: 

Afbeelding
Levensbrede ondersteuning

 

Levensbrede ondersteuning

Ondersteuning binnen de pilot is levensbreed. Dat wil zeggen dat ondersteuning mogelijk is op alle gebieden in het leven van de deelnemer. Denk aan: school, werk, zorg, sport, sociale leven, wonen, vervoer, etc. De persoon met autisme heeft één contactpersoon, de levensloopbegeleider. Deze legt de link tussen verschillende gebieden en is als het ware de smeerolie tussen partijen als behandelaren, onderwijs of werk en naasten. Het is van groot belang dat de levensloopbegeleider aansluit bij de leefwereld van de deelnemer en zijn/haar wensen en mogelijkheden, waarbij ontwikkeling wordt gestimuleerd.

Afbeelding
Levensvolgende ondersteuning


Levensvolgende ondersteuning

Ondersteuning binnen de pilot is levensvolgend. In alle fasen van het leven van de deelnemer is passende begeleiding mogelijk. Heeft de deelnemer (tijdelijk) minder ondersteuning nodig, dan trekt de levensloopbegeleider zich terug, maar blijft wel altijd als waakvlamcontact op de achtergrond aanwezig. Begeleiding kan hierdoor laagdrempelig opgeschaald worden en de levensloopbegeleider is er als het nodig is. In de praktijk betekent dit dat de persoon met autisme één vertrouwd gezicht heeft en is op- of afschalen in onvoorziene omstandigheden zonder bureaucratie mogelijk. Bijvoorbeeld in tijden van corona, verhuizing, overlijden van naasten, etc.

Afbeelding
Levensloopbegeleider-doet-wat-nodig-is


De levensloopbegeleider doet wat nodig is

Een belangrijk uitgangspunt van de pilot is dat de levensloopbegeleider doet wat nodig is. Deze heeft een open houding tegenover de deelnemer, is ontwikkelingsgericht en sluit aan bij de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. De levensloopbegeleider voert het goede gesprek en is oprecht nieuwsgierig naar wie de deelnemer is, wat deze in het leven wil en wat ervoor nodig is om daar te komen. De levensloopbegeleider zorgt voor vraagverheldering en begeleidt de deelnemer in zelfredzaamheid. De levensloopbegeleider zoekt naar mogelijkheden. Indien nodig regelt hij/zij aanpassingen die nodig zijn (maatwerk regelen), bijvoorbeeld op school of op het werk. In plaats van te denken binnen het bestaande aanbod ziet hij/zij kansen en geeft ruimte. De levensloopbegeleider heeft een coördinerende functie en is een vertrouwd gezicht voor de deelnemer; iemand die aan een half woord genoeg heeft.

Afbeelding
Lerend-team


Levensloopbegeleiders vormen samen een lerend team

De klik tussen de persoon met autisme en de levensloopbegeleider is van groot belang. Om de klik zo goed mogelijk te waarborgen, mag de persoon met autisme zelf een levensloopbegeleider kiezen. Er worden allerlei mensen gekozen tot levensloopbegeleider. Vanzelfsprekend heeft niet ieder van hen alle handige kennis, ervaring en competenties. Levensloopbegeleiders moeten immers erg veel kunnen en weten. Bijna als een schaap met vijf poten. Om de levensloopbegeleiders te ondersteunen, nemen zij deel in trainings- en intervisiegroepen. Zo vormen de levensloopbegeleiders samen een lerend team. Binnen de pilot wordt gewerkt met regionale groepen. De procesbegeleider organiseert regelmatige training en intervisie, zodat levensloopbegeleiders kunnen leren van elkaars expertise, ervaringen delen, met elkaar afstemmen, elkaar helpen en eventueel (tijdelijk) vervangen waar nodig.